Noord en Zuid. Jaargang 20

woorden de physiologische klankverandering worden tegengehouden. In dat geval heeft de geest ingegrepen in de werking der natuur, al is het ook met natuurlijke middelen. Maar vaker nog dan de werking eener klankwet tegen te houden, zal de mensch in bepaalde gevallen het reeds uitgevoerde werk weer verstoren, bv. wanneer hij de physische analogie verbreekt om eene psychische analogie te verkrijgen.

Verder moet men bedenken, dat vele uitzonderingen op de algemeene werking eener klankwet gebleken zijn, volkomen regelmatig te wezen, nadat men had opgemerkt, dat de omstandigheden, waaronder die uitzonderingen voorkwamen, anders waren dan bij de eerstaangenomen wet en dat er dus naast die eerste wet nog eene tweede of derde moest worden aangenomen. Zoo heeft men bv. ingezien, dat er geene reden was, om het eene uitzondering op Grimm’s wet te achten, dat de b van het Nl. boeg in ‘t Sanskrit aan eene b, in ‘t Grieksch aan eene p beantwoord in plaats van aan eene Indogerm. bh, zooals de wet eischte, want eene tweede door H. Grassmann voor Skr. en Grieksch gevonden wet, die der dissimilatie bij opeenvolgende aspiratieGa naar voetnoot1), leerde, dat de Indogerm. bh van *bhaghús door invloed van de aspirata der tweede lettergreep in ‘t Sanskrit b (vandaar bāhúsj), in ‘t Grieksch p (vandaar πῆχυς) moest worden. Zoo moet men ook de wet, dat Indogerm. o in ‘t Germaansch in a is overgegaan, tegenwoordig, op grond van de in ‘t oog gevallen uitzonderingen, aldus formuleeren: Indogerm. o is in het Germaansch in lettergrepen met klemtoon tot a overgegaan, terwijl in lettergrepen zonder klemtoon eerst later die overgang heeft plaats gehad, in den historischen tijd en in de verschillende Germaansche talen afzonderlijk en dan nog maar alleen, wanneer er geene m op volgde of de volgende lettergreep geene u of o had.

Bij het aantreffen van uitzonderingen moet men dus in de eerste plaats onderzoeken of de aangenomen klankwet ook te algemeen was geformuleerd en daarom herziening behoeft. Nog voortdurend is de taalwetenschap bezig aan het herzien van de vroeger vastgestelde klankwetten en zij doet dat tegenwoordig met beter gevolg dan vroeger, omdat zij bij physiologische klankovergangen niet meer uitsluitend de feiten registreert, maar door de werking der spraakorganen te bespieden tracht uit te maken, op welke wijze